Directeur Futura: schaalvergroting en maatwerk horen bij elkaarVerregaande diversificatie is de toekomst voor woningcorporaties Between-us sprak met Jan Kammeyer, directeur van Futura over de uitdagingen van de corporaties en hun rol in de stedelijke vernieuwing. Hij ziet de uitdaging vooral in het verbinden van ogenschijnlijk paradoxale zaken: grote en kleine zaken, harde en zachte aspecten. "Aan de ene kant wil je plannen maken voor de langere termijn, aan de andere kant moet je met heel concrete ingrepen laten zien dat het je menens is met de aanpak van een gebied, om daarmee ook vertrouwen te geven."
“De corporaties werken in de wijken en buurten steeds meer samen met andere partijen waarbij de kwaliteit van wonen en leven steeds meer samengaan. Maatwerk vormt steeds meer het uitgangspunt. Dit vraagt om een flexibiliteit in het optreden van de corporaties. Maar het speelveld van de corporatie verandert ook snel. Denk aan de invoering van de integrale vennootschapsbelasting, het inflatievolgend huurbeleid en de ‘40 wijken heffing’. Het zijn toch aanslagen op ons vermogen. De corporaties in Futura oriënteren zich nadrukkelijk op de grenzen van maatschappelijk ondernemerschap in relatie tot het zijn en blijven van vastgoedondernemer” Dat betekent voor de toekomst volgens Jan Kammeyer opschalen, ofwel het realiseren van schaalvergroting waar het gaat om harde aspecten van de bedrijfsvoering. Denk hierbij aan bouwen, beheren, financieren, risicospreiding en inkopen. Daar waar het gaat om leefbaarheid en samenhang binnen buurten en wijken komen de ‘zachte aspecten’ van de bedrijfsvoering aan bod. Deze gedijen veel beter in een relatief kleinschaligere en vooral flexibele organisatie en dus is afschalen hier aan de orde. “Wat ons betreft staan we wat betreft meervoudig besturen nog maar aan het begin van een heel lang proces. Het gaat om het organiseren van klein binnen groot.” Rapport: ‘De diversificatie van woningcorporaties in Europa’
Een belangrijke conclusie uit het rapport is dat in alle landen de corporaties hun activiteiten gaandeweg uitbreiden. Kort gezegd verschuift hun aandacht van het strikte bouwen en wonen naar het bredere werken in en voor buurten en wijken. Dit gebeurde aanvankelijk nog redelijk ad hoc en ongecoördineerd. Er werd niet veel over nagedacht en gediscussieerd. Het is meer alsof het de corporaties en hun omgeving is overkomen. Intussen staat de samenwerking in wijken en buurten hoog op de agenda van de corporaties. In januari 2007 verscheen in dit perspectief de Futura publicatie: ‘Naar een nieuwe professionaliteit voor woningcorporaties (.pdf)’. Uitgangspunt: de regie van mensen over hun eigen leven én hun bijdrage aan de samenleving Een belangrijke vraag is of corporaties worden gezien als professionals, die zich kunnen opwerpen als deskundige in de maatschappelijke dienstverlening en de verbetering van wijken. Futura ziet de rol van corporaties in deze zogenaamde ‘vitale coalities’ toenemen en publiceert daarover met de doelstelling om de kennisontwikkeling op het terrein van wijkontwikkeling te stimuleren. De laatste uitgave van januari 2008 ‘Leren schakelen, naar effectieve samenwerking in wijken en buurten (.pdf)’ bevat een drietal essays over het functioneren van vitale coalities, de samenwerking tussen corporaties en gemeenten en de ontwikkeling van competenties bij het wijkgericht werken. De in Futura samenwerkende corporaties willen in 2008 in denken en handelen expliciet uitgaan van de regie van mensen over hun eigen leven én hun bijdrage aan de samenleving. Het betrekken van bewoners in een buurt is belangrijk. Volgens Jan Kammeyer is de betrokken buurt waarbij iedereen meedoet en meedenkt een illusie, dat werkte volgens hem in de jaren zestig al niet. “Voor veel bewoners is er meer dan de buurt; niet hun hele leven is op die buurt georiënteerd. Dan kun je betrokkenheid bij vernieuwing ook niet als verplichting opleggen.” Om de spanning tussen het collectief en de individu in de Civil Society van vandaag beter te kunnen doorgronden is Futura in samenwerking met Taco Brandsen en Jan-Kees Helderman van de Radboud Universiteit Nijmegen een onderzoek gestart. Het betreft een onderzoek naar de zogenaamde coöperatieven in Europa met een focus op het ‘geheim’ achter de Duitse Genossenschaften. Doel is het vaststellen hoe duurzame betrokkenheid wordt gecreëerd, op welke niveaus de coöperatie gesprekspartner is voor andere maatschappelijke instellingen en welke mogelijkheden de coöperatieve vorm de Nederlandse corporaties biedt. In december wordt het eindrapport verwacht. |